Nederlandse taal  English language  Deutsche Sprache 

Treinstel NS 386* van de Stichting Het Nederlands Spoorwegmuseum (SpM)

copyright P. Esseling

TractievormElektrisch
FabrikantWerkspoor NV, Utrecht
TypeMat '54, plan Q, ElD2 serie 371 - 393
Bouwjaar1962
Spoorwijdte1435 mm
StandplaatsUtrecht
Bedrijfswaardigja
Status NRRB
Gewicht104 ton
Lengte o/b51,120 m
AsindelingBo'2' + 2'Bo' e
Tractiedetails

tractiemotoren:  4 x Heemaf TM 713
- uurvermogen:  4 x 169 = 676 kW
- continu vermogen:  4 x 123 = 492 kW
- tandwielverhouding:  22 : 57
middellijn drijfwielen:  950 mm
snelheid: 140 km/h
straal kleinste boog:  100 m

Oorspr.eigenaarsNederlandse Spoorwegen (NS)
      

* = Het treinstel is dienstvaardig.

Nadat het spoorwegbedrijf van de ergste oorlogsschade hersteld was, werd het tijd om het oudste materieel door nieuw te vervangen. Bekend is dat in 1958 de laatste stoomtrein met de laatste houten rijtuigen reed. Daarvan kwamen stoomloc 3737 en houten rijtuig C 5055 in het museum. Maar ook het oudste elektrische materieel had zijn tijd gehad. De ZHE-ers kwamen na de oorlog op twee rijtuigen na niet meer in dienst. En voor die twee was het in 1947 ook gedaan. Het motorrijtuig staat als ZHESM 6 in het museum. Vanaf 1956 werden de Blokkendozen uit de elektrische dienst teruggetrokken en in 1959 reed de laatste trein van dit type op eigen kracht. Dit werd mogelijk door de instroomvan elektrisch materieel type 1954 (EM '54). Er werden 7 treinseries besteld:

Plan F: 2-wagentreinstellen 321 - 334: 4-wagentreinstellen 711 - 741: 1956
Plan G: 2-wagentreinstellen 335 - 350: 4-wagentreinstellen 742 - 757: 1957
Plan M: 2-wagentreinstellen 351 - 365: 1958
Plan P: 4-wagentreinstellen 761 - 786: 1959 - 1962
Plan Q: 2-wagentreinstellen 371 - 393: 1962

Het materieel was voorzien van stalen (bots)neuzen voor de cabines om de machinist bij aanrijdingen beter te beschermen. Door die neus was de bijnaam dan ook 'Hondekopmaterieel'. Het materieel viel op door zijn goede rijeigenschappen en was daardoor bij uitstek geschikt voor de Intercitydiensten tussen de randstad en het noorden en oosten van ons land.

Vanaf 1977 werden ze in deze diensten opgevolgd door nieuw Intercitymaterieel met doorloopkoppen (ICM).

Geschiedenis van treinstel 386:
In 1962 kwam het 2-wagentreinstel in de grasgroene kleur in dienst.
In 1965 werd ze voorzien van ATB.
In 1969 werd de 386 enigszind gemoderniseerd, waarbij de conducteursruimte werd verbouwd tot minikeuken, en een toilet tot nieuwe conducteursruimte.
In 1971 werd het treinstel voorzien van 3e frontseinen.
In 1977 kreeg de 386 eengrote revisie, waarbij de trein geel geschilderd werd.
In 1996 werd het treinstel buiten dienst gesteld en aan het Spoorwegmuseum overgedragen.
In 2005 werd het huisstijlgeel van het exterieur weer vervangen door het oorspronkelijke groen. De ABDk werd in het museum geplaatst en de Bk opgeborgen in een loods te Utrecht. '
In 2008 werd het stel weer gecombineerd en dienstvaardig gemaakt. Vanaf 1 april 2009 werd ATB verplicht voor alle materieel dat sneller rijdt dan 40 km/h. Tot 2011 was de 386 het enige museumtreinstel dat ATB bezat, waarmee het elk tweede weekend van de maand ritten met de Heimwee Expres verzorgde.

De Stichting Mat '54 'Hondekopvier' is eigenares van het eveneens bewaarde vierwagenstel 766 van plan P.

(BS 30/5'13)

Data beheerd door:
Vervang (a) door @, dit is een antispam maatregel.