Nederlandse taal  English language  Deutsche Sprache 

Loc NS 311* van de Stichting Het Nederlands Spoorwegmuseum (SpM)

copyright M. Peeters

TractievormDiesel-elektrisch
FabrikantWerkspoor NV, Amsterdam
TypeLocomotor, serie 201 - 369
Fabrieksnummer772
Bouwjaar1940
Spoorwijdte1435 mm
StandplaatsUtrecht Maliebaan
Bedrijfswaardigja
Status NRRC
Gewicht21 ton
Lengte o/b7,220 m
AsindelingBode
Vermogen85 PK (62,5 kW)
Max. snelheid60 km/h
Tractiedetails

dieselmotor:  Stork Ricardo R-153
- aantal cilinders:  3
- boring x slag:  150 x 225 mm
- vermogen:  85 epk bij 1000 omw/min (62,5 kW)
hoofdgenerator:  1 x Smit G45/25
- vermogen:  48 kW (230 V, 210 A)
tractiemotoren:  2 x Smit, GT 322/7
- vermogen:  2 x 28 kW (220 V, 150 A)
- tandwielverhouding:  15 : 96
middellijn drijfwielen:  1000 mm
straal kleinste boog:  50 m
trekkracht maximaal:  4000 kgf (39,2 kN) bij 0 km/h
trekkracht continu:  1200 kgf (11,8 kN) bij 12 km/h
snelheid:  60 km/h

Oorspr.eigenaarsNederlandse Spoorwegen (NS) / Kempensche Zinkwit-Mij (KZM), Budel
      

* = dienstvaardig.

In de crisisjaren van de vorige eeuw begon NS met een belangrijke modernisering van de goederendienst. Voor het rangeren op de wat grotere stations werden nieuwe locomotoren aangeschaft, die een sterk verbeterde versie van de serie 103 - 152 zouden vormen, de diesel-elektrische locomotoren 201 - 212. De dieselmotor was voldoende betrouwbaar geworden en kwam in de plaats van de vertrouwde otto-benzinemotor. Het vermogen en het gewicht waren vergroot. De mechanische overbrenging was vervangen door een elektrische, en de maximum snelheid werd verhoogd tot 60 km/h, zodat ook lichte goederentreinen vervoerd konden worden. Daartoe was de locomotor voorzien van een afsluitbare cabine, waarin ook bedieningshandels en -apparatuur waren aangebracht. In plaats van een luchtfluit was er een fluit die via een klep op de uitlaat was aangesloten. Bij gebruik van de uitlaatfluit ontstond een mekkerend geluid, wat aanleiding was tot de bijnaam 'sik'.

Tot de 2e wereldoorlog werd de serie nog uitgebreid met de nummers 213 - 321.

Na de oorlog waren er 12 stuks blijvend vermist. De vele en soms zwaar beschadigde locomotoren werden echter alle hersteld. Bovendien werd de serie nog uitgebreid met de nummers 322 - 369.

De keuze van de door de Gebr. Stork & Co vervaardigde motoren bleek een goede te zijn geweest, maar rond 1960 werd het toch nodig om de 75 pk sterke 4-cilindermotoren te vervangen. Er kwam een nieuwe Storkversie met 3 cilinders en 85 pk, die bovendien als nieuwigheid was voorzien van koeling m.b.v. de eigen brandstof. Het winterse probleem van bevroren motoren was hiermee opgelost.

Locomotor 311 werd in 1952 aan de Koninklijke Zinkwit-Maatschappij te Budel verkocht.

Door teruglopend goederenvervoer en de daardoor noodzakelijke reorganisaties begon in 1969 de terugval. Locomotoren werden verkocht aan particulieren en aan de sloper. Uiteindelijk zouden NS en haar opvolgers in 2007 mede als gevolg van verscherpte Arbo-eisen geen enkele locomotor meer in dienst hebben. Daarentegen zijn er van de populaire machine liefst 45 bewaard gebleven bij museumtreinorganisaties, en nog eens 28 als monument bij verschillende particulieren.

Hoewel getracht werd een waardige, door de arbo goedgekeurde opvolger te ontwerpen, is het bij enkele protypen gebleven. Door het verdwijnen van kleinschalig goederenvervoer was er geen behoefte meer aan.

De KZM schonk locomotor 311 in 1987 aan het Spoorwegmuseum. De locomotor is door zijn verblijf bij de KZM als enige altijd groen gebleven.

Het Spoorwegmuseum heeft nu drie locomotoren: 311, 345 en 362, waarvan de laatste is voorzien van een hydraulische telescoopkraan.
(BS 1/12'12)

Literatuur:
- Materieelpark deel 1 Locomotieven - Uitgave NS 1957
- Andere locomotieven van de Nederlandse Spoorwegen - N.J. van Wijck Jurriaanse - Uitgevers Wyt, Rotterdam 1974

Links

Data beheerd door:
Vervang (a) door @, dit is een antispam maatregel.